De sfeervolle 360-zaal in de Verspillingsfabriek in Veghel, stroomde iets na half vier vol. De zaal is grotendeels opgebouwd uit hergebruikte materialen zoals oude wachtstoeltjes van Schiphol en gerecycled hout. Een goede plek voor de uitwisseling van verhalen over inclusief ondernemerschap en de aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt.

Na een welkomstwoord vertelde Pascal Verheugd over de bedrijfsvisie. Hutten, inmiddels een groot Brabants cateringbedrijf, begon ruim 100 jaar geleden. Door de tijd heen begon de firma zich meer te realiseren dat het mensen zijn die het bedrijf maken tot wat het is. De Verspillingsfabriek is daar een essentieel onderdeel van. Niet alleen gebruikt dit bedrijf afgekeurde groenten en andere ‘waardeloze’ reststromen voor haar soepen, sauzen en ragouts, bezet het een ‘waardeloos’ pand (“waarom nieuw bouwen als je ook iets op kunt knappen?”), maar werken er ook veel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Absoluut geen “waardeloze” mensen, aldus Pascal, al heeft het systeem ze in het verleden soms in dat hokje geduwd. Nee, bij de Verspillingsfabriek gaan ze uit van BLG; alle mensen kunnen het Beste, Leukste en Gelukkigst zijn. Als je ze de mogelijkheid en ruimte geeft.

Onderwijs

Een belangrijk onderdeel van de mogelijkheid om te ontwikkelen is de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. BrabantAdvies schrijft er een adviesrapport over en kwam daarvoor peilen bij de Brabants Besten. In deelsessies bespraken ze, naast de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, duurzame inzetbaarheid en vitaliteit.

De ondernemers brachten talloze problemen én oplossingen naar voren. Ten eerste kiezen er nog steeds te weinig jongeren voor een technische carrière in het MKB. “Bedrijventerreinen zijn vaak lelijke, weinig inspirerende plekken; geen kind komt achter de hekken om te zien wat er daadwerkelijk voor moois gebeurt.” Een van Brabants Besten vertelde over zijn jeugd in Tilburg, waar op elke straathoek wel iets gebeurde: “Tegenover mijn huis was een laswerkplaats, om de hoek een autosloperij.” Zo sloop een liefde voor techniek, voor ondernemen langzaam naar binnen.

Daarnaast bleek de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt was een gevoelig punt: “Docenten zijn vaak zelf helemaal niet bij wat betreft de technologische ontwikkelingen”. Andere ondernemers gaven aan veel tijd in leerlingen te moeten steken: “Leerlingen van het ROC lopen vier dagen stage en zitten maar één dag op school, dus wij zijn eigenlijk docenten geworden.” En dat geeft een behoorlijke verantwoordelijkheid.

Leven lang leren

Niet alle mensen hebben het even makkelijk op de arbeidsmarkt, of zelfs op het werk. Er wordt zelfs gepleit voor een werkgevers-APK. “Het komt geregeld voor dat mensen emotioneel reageren als ik ze op hun werk vraag naar hún dromen en passie; dat was ze in die tien of twintig jaar daarvoor nog nooit gevraagd.” Investeer in mensen en verleng hun geluk, motivatie en, niet onbelangrijk, duurzame inzetbaarheid.

Toch moet er ook rekening gehouden worden met de doelgroep. Een leven lang leren klinkt ontzettend mooi, maar er wordt door sommige aanwezigen een slag om de arm gehouden: “Het moet geen verplichting worden, maar moet bijdragen aan het geluk van de werknemer. Niet iedereen wordt gelukkig van theorie, maar zij genieten wel intens van hun werk.” Dit werd beaamd door een andere Brabants Beste: “Sommige jongens willen gewoon lekker iedere dag het gras maaien.”

Inclusief ondernemen

Wat alle Brabants Besten gemeen hebben is dat ze inclusief ondernemen als iets vanzelfsprekends zien. Onze Brabants Besten snappen dan ook niet dat veel collega’s hen raar aankijken en alleen maar vragen hoe duur het dan wel niet is. Inclusief ondernemen zou veel gewoner moeten worden vindt eigenlijk iedereen. En hoe krijgen we dat voor elkaar? Een van de deelnemers heeft wel een idee: “Zet ons, Brabants Besten, in om al deze verhalen te vertellen. Dan krijgen we die andere bedrijven vanzelf mee!”